JES begeleidt werkloze, laaggeschoolde en kansarme jeugd op de arbeidsmarkt.
Ze zijn jong, slecht opgeleid, en hebben een vreemde naam. Hopeloze gevallen in de werkloosheidsstatistieken? Niet voor JES, dat ze vlotjes richting werk of opleiding leidt. ‘De VDAB ziet hen een kwartiertje per maand, wij soms een hele week.’
Het is crisis, en dat voelen laaggeschoolde jongeren dubbel zo hard. Ook bij de Antwerpse jongerenorganisatie JES merken ze dat de zoektocht naar werk er niet makkelijker op wordt: “Zonder diploma en zonder ervaring kom je moeilijk aan de bak.”
De cijfers: het aantal laaggeschoolde jongemannen met een niet-EU nationaliteit was volgens de VDAB afgelopen maand 12,7 procent hoger dan een jaar eerder. Belgische jongeren met allochtone roots zijn daar niet eens bijgeteld. Maar waar velen falen, boeken de drie Antwerpse ‘arbeidscompetentiebegeleiders’ van JES een opmerkelijk succes. Rachid El Ajjaj zoekt de jongeren op in Deurne Noord, Mostafa Ameziane is goed gekend in de straten van Borgerhout en Mohamed Raguragui werkt op het Kiel. 175 jongeren namen ze vorig jaar onder hun vleugels, het gros van Marokkaanse afkomst en met weinig of geen diploma’s.
De resultaten? 80 procent van die gasten is nu aan de slag, volgt een opleiding of is op school een andere richting ingeslagen. Want op school, daar loopt het volgens de begeleiders vaak al mis. Sommige gasten leerden ze kennen in de gevangenis, die werken nu als bedienden. Anderen hadden nog nooit van een cv gehoord, en zijn hulpkok geworden.
Wat JES dan zo anders doet? Terwijl ze met de VDAB eerder een verstoorde relatie hebben, zijn ze bij JES altijd welkom. Rachid: “Wij komen zelf van de straat, wij kennen de leefwereld van deze jongeren. We verplichten hen tot niets, eisen geen verantwoording, maar ze komen wel terug.” En dan is het helpen waar nodig. “We willen hetzelfde als de VDAB, maar onze aanpak is duidelijk anders”, werpt coördinator Filip Balthau op. “We creëren een vertrouwensband, zijn samen op weg met deze jongeren. Een cv opstellen wordt bij de VDAB een technische aangelegenheid, maar voor die gasten is dat niet zo evident. Iemand bekijkt hun levensloop, ook de minder fraaie periodes.” Mohamed: “Tijd investeren is belangrijk. De VDAB ziet ze een kwartiertje per maand, wij trekken dagenlang met hen op. Onlangs nog ben ik een hele week bezig geweest met één jongen.
We zijn ook bijna altijd bereikbaar.” Rachid nam dan weer mee de trein naar Vorst, mee naar een sollicitatie. “Ik heb vier uur op hen gewacht, buiten. Maar sommigen zijn nog nooit uit hun wijk geweest.” Is er werk, dan is dat soms maar van korte duur. Jammer, vindt Balthau, want interim-arbeid zet net mensen in die nood hebben aan wat stabiliteit. “Toch is die eerste werkervaring van enorm belang. Veel gasten hebben geen idee van wat werken betekent.” Ondertussen zitten Rachid en co ook regelmatig samen met de VDAB om sommige jongens samen te begeleiden, en om na te gaan of en hoe de VDAB bepaalde dingen anders kan aanpakken bij deze doelgroep. Niet alleen voor de jongens is de begeleiding welkom, ook hun ouders appreciëren de inspanningen. “Vele ouders waren jong in de jaren zestig, toen er volop werk was. Zij willen voor hun kinderen niet meer dan een opleiding en goed werk, maar begrijpen niet altijd dat het vandaag minder evident is. Wij kunnen bemiddelen.”
Balthau: “Wat wij doen, heeft een weerslag op het welzijn van de stad. We bieden jongeren weer perspectief.” 22.620 werkloze mannen zijn jonger dan 25, dat is 8,2 procent meer dan vorig jaar 9.067 jonge werkloze mannen zijn van allochtone origine (geen Belgische nationaliteit), 10,8 procent meer dan vorig jaar(bron: VDAB) Rachid en Mostafa van JES: ‘Wij komen zelf van de straat, we kennen de jongeren en hun leefwereld. We verplichten hen tot niets, maar ze blijven wel komen.’
© 2012 De Persgroep Publishing – 16/3/2012 – DE MORGEN door LOTTE BECKERS