Leen Verbist

Toffe Mensen van Antwerpen

Hiervoor doe ik het

Ik wist het al lang, maar nu is het ook wetenschappelijk bewezen: Antwerpse vrijwilligers zijn niet te stoppen. Zij zijn het cement tussen de stenen, de software van de computer, zij zijn met andere woorden broodnodig. Zij maken het de moeite waard om schepen van deze stad te zijn.

De Antwerpse vrijwilliger is niet te stoppen

In de Stadsmonitor (een onderzoek over de verschillende steden in Vlaanderen) kwam duidelijk naar voor dat de Antwerpenaar het snelst zijn handen uit de mouwen steekt om zijn straat of wijk mee op orde te houden en problemen aan te kaarten. Dat is enorm hoopgevend voor een stad als Antwerpen. Het is de manier om je directe leefomgeving te veranderen, te verbeteren, met andere woorden de manier om impact te krijgen op je buurt en zo ook op je stad. Het is ook het enige relevante antwoord dat je als burger kan geven aan moedeloosheid of gelatenheid. Daar waar mensen niet bereid zijn zelf nog zaken in handen te nemen, zie ik het van kwaad naar erger gaan. Gelukkig is dat in Antwerpen niet het geval.

Honderdduizend helpende handen

In maart, tijdens de week van vrijwilliger worden de vrijwilligers in heel het land, terecht, in de bloemetjes gezet. Het zijn zij die participatie de eerste invulling geven die het woord verdient, namelijk, vorm geven aan de samenleving, deel nemen aan de samenleving. In de stad Antwerpen zijn er naar schatting zo’n honderdduizend vrijwilligers actief. Iedereen kent ze, bijna iedereen is er één: zij dragen boeken rond in de ziekenhuizen, zij bezorgen je kinderen de tijd van hun leven in de scouts of de Chiro of op het speelplein, zij zijn het die als lid van een actiegroep vragen stellen bij het beleid dat een overheid of een publieke instelling voert, zij wassen de voetbaltruitjes, de opsinjoren die de buurt samenbrengen om elkaar beter te leren kennen (natuurlijk met een drankje en hapje), de honderden straatvrijwilligers die mee de straten van Antwerpen proper houden, en dit afsluiten met een spetterend feestje … . Nog honderden voorbeelden zou ik kunnen geven. Allemaal even waardevol, en allemaal van die aard dat zij van ons, als lokale overheid, alle steun en alle erkenning verdienen. Ze werken allen mee aan de realisering van het bestuursakkoord : Antwerpen, de beste stad om in te wonen, te werken, te leven en te bezoeken. Zo geven mensen dus mee vorm aan de samenleving, door elkaar bij te staan, door met elkaar plezier te maken, door er voor elkaar te zijn.

Stedelijk wijkoverleg

Onze stad staat wel eens ter discussie als het gaat over de participatie bij grote bouwprojecten bijvoorbeeld… Maar wat betekent precies participatie en wat zijn de spelregels?

Laat me voor één keer de juffrouw spelen en een les in participatie geven. Participatie gaat voor mij over een verregaande dialoog, waarbij alle spelers naar elkaar luisteren en gehoord worden. Op die manier verhoogt de stad het draagvlak voor grote bouwprojecten en veranderingen in onze stad. Het is niet de dictatuur van zij die mee participeren, het is niet de dictatuur van de planners of de technici, en het is ook niet de dictatuur van de verkozenen. Het is een samenspel van mensen die een eigen rol te vervullen hebben, maar die bereid zijn om te praten met elkaar, naar elkaar te luisteren, en vooral rekening te houden met elkaars argumenten.

Dat betekent dus niet dat wat planners of beleidsmakers uiteindelijk voorstellen, hetzelfde is dan wat er tijdens participatiemomenten gezegd is, maar wel dat zij op zijn minst vertellen waarom bepaalde aanbevelingen wél gevolgd zijn, en bepaalde aanbevelingen niet.

‘t Stad is van iedereen is dus méér dan een slogan. Het is een opdracht. Het gaat er over dat iedereen zich hier kan thuis voelen, maar ook dat iedereen die hier woont meewerkt aan deze stad. Of het nu gaat over je straat, over de Scheldekaaien of over eender wat, je moet impact kunnen hebben, mee kunnen praten, mee kunnen  nadenken, maar ook mee verantwoordelijkheid kunnen nemen over datgene wat je aanbelangt. Alleen zo kan ‘t stad écht van iedereen zijn.

Hierbij vind ik het als schepen, verantwoordelijk voor stedelijk wijkoverleg,  belangrijk om de bewoners zo vroeg mogelijk te bevragen over hoe zij bepaalde zaken zien. Meestal gaat het daarbij om ruimtelijke veranderingen, maar participatie hoeft zich niet alleen daartoe te beperken.

Het participatietraject rond de Scheldekaaien is hier een mooi voorbeeld van.  Ik wil dat die kaaien echt van ons worden en daarom vind ik het belangrijk dat we eerst de mening van de Antwerpenaar kennen. Dat is ons gelukt, dankzij een goede samenwerking tussen middenveldorganisaties en stedelijke diensten. Daardoor hebben al honderden mensen mee gediscussieerd en nagedacht over het masterplan Scheldekaaien, maar ook over de verdere verfijning ervan voor St-Andries en Zuid.

Een heel ander verhaal is dat van sociale huisvesting. Ook daar zetten we uitdrukkelijk in op participatie. Met het platform Antwerpse sociale huurders (PASH), hebben we de voorbije tijd goede contacten opgebouwd, en een volwaardige gesprek.

Ontwikkelingssamenwerking

Twee dingen zijn heel belangrijk bij ontwikkelingssamenwerking vanuit onze stad: een duidelijke visie maar ook de nodige bescheidenheid.

Een duidelijke visie, want ontwikkelingssamenwerking is te belangrijk om het amateuristisch aan te pakken. Bescheidenheid omdat we met beperkte middelen werken en omdat we moeten zien hoe we aanvullend kunnen zijn op wat hogere overheden al doen op vlak van ontwikkelingssamenwerking. Ik zie daarbij twee grote uitdagingen.

Verander de wereld, begin bij jezelf. Het klinkt als een huizenhoog cliché, maar dat is niet voor niets mijn nummer één. Wat kunnen we als stedelijke overheid zelf doen? We kiezen ervoor om datgene wat we sowieso moeten doen, het eigen aankoopbeleid, met veel respect is voor het zuiden. We zijn dan ook niet voor niets een fairtrade gemeente. Onze koffie, onze suiker, onze fruitsap op recepties, onze thee, … je mag er zeker van zijn dat de boeren die het geteeld hebben, er een rechtvaardige prijs voor krijgen.

Voor ons zuidbeleid spelen we twee Antwerpse troeven uit. In Antwerpen leven er heel wat mensen die afkomstig zijn uit een ontwikkelingsland. Deze mensen verenigen zich dikwijls om de solidariteit met hun land van herkomst te onderhouden. Wel, deze beweging willen we vanuit de stad erkennen, en optillen. Dit kapitaal aan solidariteit is voor ons een echte troef waarmee we aan de slag willen. Vandaar dat we ervoor gekozen hebben om Congo, Ghana en Marokko, uit te kiezen als partnerlanden, en hier in de stad een netwerk rond die landen op te zetten.

Dat netwerk wordt dan weer ondersteund door een tweede troef die we in Antwerpen hebben. Het tropisch instituut en de associatie van universiteit en hogescholen Antwerpen. Zij wisselen hun know-how en ervaring uit zodat goede ideeën vanuit de verenigingen verbreed en gekaderd worden. Goede initiatieven krijgen zo goede coaching, zodat het niet enkel bij goede bedoelingen blijft, maar er ook werkelijk goede ontwikkelingssamenwerking uit kan voortvloeien. En … last but not least: het budget voor ontwikkelingssamenwerking laten we jaarlijks met 10% stijgen.